Volkstuinvereniging Grouw

Tuinieren voor uw plezier

Bloed, zweet en tranen . . .

Ze slaagde er vorig jaar in om aan de rand van onze tuin, volledig verscholen tussen opgroeiend boerenwormkruid, een nest met circa 6 eieren uit te broeden. Een prachtig gebeuren waar je als natuurliefhebber graag voor over hebt dat je een kleine maand niet in die hoek van je tuin de zaken in orde kunt maken.
En daar was ze weer. Nu slaagde ze erin om tussen een in de winter afgestorven plant een nest met zo’n 9 eieren te leggen. Jammer dat dit nest slechts enkele meters van het algemene pad ligt. Ook nu moeten wij ons flink beperken in onze tuinactiviteiten. Hindert niet, een broedende vogel op je tuin is een voorrecht, tenminste zo voelen mijn vrouw en ik dit. En een bijkomend voordeel is dat het gras niet vroeg wordt gemaaid en je allerlei verschillende grassoorten ziet. Iets wat tegenwoordig niet zo veel meer te bewonderen is. Zo gaat de landschapspijn even aan onze tuin voorbij. De naaste tuinburen leven mee met de eend en houden, net als maaier Bonne, gepaste afstand tot het broedende eendenwijfje.

Het gaat goed met de eend. Zo rond de 20ste april lijkt ze te zijn gaan broeden en dan zou een kleine maand later het kleine grut het nest kunnen verlaten. Wat zal ze het soms warm hebben gehad op die dagen dat wij het op het heetst van de dag even laten afweten op de tuin. Maar niet onze eend, die heeft maar één doel . . .

De 18de mei fiets ik naar ons tuincomplex. Net voorbij de spoorwegovergang zie ik een lege dop van een eendenei op het fietspad liggen. Even krijg ik een naar gevoel. Het zal toch niet een ei van “mijn” eend zijn? Nee, dat is hier immers een paar honderd meter vandaan. Op de tuin doe ik de volgende verontrustende ontdekking. Tussen de aardappelplantjes ligt een dop, waarin overduidelijk een bijna volgroeid eendenkuiken zijn/haar geboorte heeft afgewacht. Bloedresten zijn het bewijs. Het is duidelijk. Op enige afstand zie ik tussen de krans van eenden dons een gapend zwart gat. Hier hebben de kraaien hun vernietigende slag geslagen. Maar het meest verbijsterende is de constatering, dat de schuld van dit drama te wijten is aan een collega tuinder die zijn/haar nieuwsgierigheid naar de inhoud van het nest niet heeft kunnen bedwingen. De sporen in het lange gras verraden deze oer stomme handeling!
Van een tuinliefhebber mag je verwachten dat die ook oog heeft voor dat andere leven, dat zich – gelukkig – op en rond onze tuinen afspeelt.

Een zware teleurstelling voor de eend, en voor ons.
Onder ons als tuin-/natuurliefhebbers bevindt zich dus iemand die naast het zich ongevraagd begeven op andermans tuin, aantoont dat hij/zij totaal geen idee heeft hoe met ons vogelleven om te gaan!

Wiepke van der Mei

De eend van Wiepke is niet de enige vogel die op ons complex zat te broeden. Kortgeleden zijn een tweetal nesten van eenden door predatie verleren gegaan nadat ze waren verstoord. Het kan natuurlijk altijd gebeuren dat je tijdens de tuinwerkzaamheden per ongeluk een broedgeval verstoord omdat je niet op de hoogte was. Dit hoeft niet altijd het einde te betekenen van het broedgeval; wanneer je eeneend van zijn nest verjaagt, dan is het belangrijk dat de eieren worden afgedekt met net aanwezige nestmateriaal. Zo kunnen kraaien de eieren niet zien vanuit de lucht. Moedereend komt vrijwel altijd terug bij het nest.
Gezien het aantal woerden in de omgeving moeten er meer broedgevallen van eenden zijn op ons complex. Wanneer deze met rust worden gelaten, hebben ze grote kans het legsel uit te broeden.

Naast eenden broeden ook elk jaar verschillende zangvogeltjes in de diverse nestkastjes op ons complex. Het meest komen voor: koolmees (blokmies), pimpelmees (blaumies) en ringmus (fjildmosk). Maar ook het winterkoninkje (tomke) heeft er elk jaar een of meerder nesten. Dit jaar is er ook een broedgeval van een witte kwikstaart (baumantsje wipsturt). Verder zijn gespot: merel (klyster), roodborst (readboarstke), tapuit (heidehipper), fitis (lytse hôfsjonger), tjiftjaf (tsjiftsjaf), koekoek, en de boerenzwaluwen (boereswel) komen ook regelmatig foerageren.
De zangvogels zijn een belangrijke bondgenoot van de tuinder: zij hebben o.a. rupsen en kleine slakken op het menu staan.
Het is daarom belangrijk geen gif te gebruiken op de tuinen, want dat doodt ook de natuurlijke belagers van (voor de tuinder) schadelijke beestjes.

Wist u dat de brandnetel een waardplant is voor vlinders? Vlinders (wel zo’n 50 soorten) leggen daar hun eitjes op waar al vrij snel rupsen uitkomen die eten van de brandnetel.

Reacties gesloten.