Volkstuinvereniging Grouw

Tuinieren voor uw plezier

Bodem is de basis van tuinieren

Bodem

Tuinieren staat of valt met de toestand van de bodem, het is de basis van succes.

De tuinen van het complex van de ‘Volkstuinvereniging Grouw’ zijn gelegen op vrij jonge zeeklei. Het is een dunne laag natriumhoudende klei op zand. In vakkringen wordt deze grond aangeduid als ongeschikt voor land_ en tuinbouw.
Toch is van deze grond door de natuurlijke rijkdom aan mineralen een zeer vruchtbare tuingrond te maken. Deze mineralen komen vrij door bewerking van de grond‚ de invloed van het weer en het doelmatige gebruik van meststoffen in het algemeen.
De grondbewerking van onze tuin vereist vaak vrij veel lichamelijke inspanning. Om toch de meest gewenste resultaten, dus opbrengst aan groenten; fruit en bloemen, te krijgen dienen we bij de grondbewerking op een aantal punten extra te letten, n.l.:

  • het spitten 1) of ploegen van de grond voordat de winter invalt, in de praktijk is dat voor januari;
  • regelmatig, tenminste 1 x in de 3 jaren, organische bemesting door middel van stalmest toe te passen;
  • tijdens de groei van de gewassen de grond d.m.v.hakken en/of schoffelen los te houden of te mulchen.
  1. De meeste tuiniers spitten de grond en frezen dan in het voorjaar om mooie losse grond te krijgen. Spitten is echter slecht voor het bodemleven. Door het gewoel in de grond worden schimmels en organismen door elkaar gehaald en verslechtert de bodem. Het is dan oorlog in de bodem. Sommige mensen spitten daarom niet en maken de grond in het voorjaar wat los met een grelinette of een spitvork. Door veel te mulchen blijft de bovenlaag los en wordt het het bodemleven gestimuleerd. Zie ook bij spitten of niet spitten. Veel informatie ook op Blog Natuurlijke Moestuin en Goed bodembeheer

Stalmest

Over het gebruik van stalmest lopen de meningen zeer uiteen. Door de ervaringen op onze tuin weten we dat op deze grond het gebruik van goede stalmest zeer wenselijk is. Vooral mest met veel stro, zoals paarden—, varkens- en koemest uit een ouderwetse stal, zijn – nadat ze enkele jaren oud en verrot zijn – goed voor onze tuin.
Globaal is een gift van 1 x in de drie jaren van 1OOO kg. per 100 m2 juist. Elk jaar een derde van de tuin met stalmest bemesten kan natuurlijk ook.
Ook het toedienen van compost, al dan niet zelf gemaakt van groenteresten van onze tuin verdient aanbeveling.
Het telen van groenbemesters met veel massa bevordert de structuur en het bodemleven in de grond. Grassen wortelen diep en dragen zo sterk bij aan het structuurverbetering van de grond.

Om een overzicht van de voedingstoestand van de grond van onze tuin te krijgen kan een analyseonderzoek van de grond worden gedaan. Hierbij wordt o.m. de zuurgraad van de grond
bepaald. Voor normale tuingrond ligt de zuurgraad, die uitgedrukt wordt in het ph teken tussen de 51/2 en 7 ph. De meeste groentegewassen groeien tussen deze ph het best. De zuurgraad van de grond is enigszins te regelen door een regelmatige kalkgift.
Sommige gewassen zijn kalkminnend d.w.z. dat zij het best gedijen op een grond met een hoge ph, andersom zijn er niet kalkminnende gewassen.
Kalkminnende met een ph van ca.7 zijn alle koolsoorten‚ erwten, tuinbonen, knolselderij‚ kroten en tomaat.
Deze gewassen zijn dankbaar voor een extra kalkgift. Niet kalkminnende gewassen, dus op grond met een lage ph van ca. 6, zijn de aardappel en de rabarber. Dus oppassen met kalk extra te geven.

Geadviseerd wordt om organische mest te gebruiken; kunstmest werkt snel maar zorgt voor verslechtering van de bodem. Dit gaat ook ten koste van de smaak.

Juiste bemesting van de grond vergt een gedegen kennis van de voedingstoestand van de grond.
Op de website Goed bodembeheer  is heel veel informatie te vinden over bodemverbetering en bemesting.